De bibliotheek

Rebellie in de Gentse letteren van middeleeuwen tot heden

Van 10 tot 31 januari kunt u in de faculteitsbibliotheek een tentoonstelling bekijken over rebellie in de Gentse letteren. De tentoonstelling is samengesteld door een groep studenten van de opleiding Taal- en Letterkunde (Nederlands).

Van 10 tot 31 januari kunt u in de faculteitsbibliotheek een tentoonstelling bekijken over rebellie in de Gentse letteren. De tentoonstelling is samengesteld door een groep studenten van de opleiding Taal- en Letterkunde (Nederlands).
(c) STAM https://stamgent.be/nl_be/collectie/kunstwerken/00787
(c) STAM

Het uitgesproken imago van Gent is dat van een rebelse, opstandige en tegendraadse stad. Dat imago kent een lange voorgeschiedenis waar literatuur over en uit Gent onmiskenbaar toe heeft bijgedragen. In literatuur kunnen we nagaan welke gebeurtenissen, figuren, eigenschappen of plaatsen precies gediend hebben om dat beeld mee te vormen.

In deze kleine tentoonstelling stellen we de vraag welke momenten in de literatuurgeschiedenis het beeld van het rebelse Gent mee ondersteunen of ter discussie stellen. We gaan na hoe de literatuur bijdraagt tot dat opstandige karakter, hoe het imago historisch evolueert en wat voor soorten rebellie we in de literaire verbeelding terugvinden.

De studenten van het vak Nederlandse Letterkunde V werkten eigen gevalstudies uit de ‘Gentse’ literatuurgeschiedenis uit, die ze in deze tentoonstelling presenteren.

Locatie

Faculteitsbibliotheek Letteren en Wijsbegeerte (vleugel Magnel, kelder), Rozier 44, 9000 Gent. Openingsuren: maandag-donderdag, 9-20u en vrijdag 9-17u.

Marysa Demoor: Boeken van invloed

© UGent, foto Nic Vermeulen

Prof. Marysa Demoor

Books are a girl’s best friend

“Even door het leven lopen in 21 invloedrijke boeken”. Dat was de opdracht voor deze tentoonstelling. In het eerste jaar Germaanse Filologie alleen al werden we verondersteld voor het literaire vak van elke taal en voor de inleiding tot de Europese literatuur 10 boeken te lezen. Samen goed voor 30 boeken. Vóór die opleiding kwamen er nog eens 17 jaar van boeken bij, stapels boeken die ik languit in de zetel op luie zondagen las. Ik kijk er met heimwee op terug. Ik las (bijna) alles wat ik te pakken kreeg. Urenlang. Het pure plezier van het lezen verdween na mijn opleiding en aanstelling als onderzoeker en lesgever in de Engelse literatuur. Alles wat ik van dan af las was in functie van mijn job. Ik had natuurlijk het geluk dat de job overlapte met deze hobby. De vakantie was het enige moment waarop ik vrij las wat ik wou maar door de drukte en groeiende verantwoordelijkheden in de academische wereld verdwenen ook die momenten van zorgeloos lezen. 

Dit initiatief van Paul Buschmann, onze facultaire hoofdbibliothecaris zette me even in achteruitversnelling. Het viel me op hoezeer mijn lectuur als kind al een voorbode van mijn leven als academica was. Verhalen over opstandige meisjes en jonge vrouwen, voornamelijk negentiende-eeuwse auteurs en verhalen, geschiedenis verweven met romantiek en het dwepen met helden, heldinnen en avontuurlijke verhalen -- . Het zat er allemaal in. Zelf schreef ik ook al vroeg gedichtjes en korte verhaaltjes over sprookjesachtige wezens. Origineler wellicht was het begin van mijn autobiografie, opgestart een paar dagen na mijn 7de verjaardag. Ik had weinig last van bescheidenheid:

Kaartje Marysa Demoor

De vele vlekken op dit kleine kaartje wijzen erop dat iemand tranen met tuiten heeft gelachen bij het lezen van dit tekstje. De overige blaadjes (dit was als 1 genummerd) zijn gelukkig verdwenen. 

Mijn pad zou niet dat van de creatieve auteur worden. Wat ik zou schrijven maar dat wist ik niet als zevenjarige was gebaseerd op stevig wetenschappelijk onderzoek. De fictieboeken die ik selecteerde voor de mini-tentoonstelling waren ongetwijfeld richtinggevend.

Boeken van invloed

  1. Les Malheurs de Sophie (1858) van La comtesse de SégurMD1.png

    Ik begin bij het prille begin. Dit kinderverhaaltje  over een ‘stout’ meisje werd me in mijn kleutertijd voorgelezen door een babysit. Ik las het zelf voor het eerst in het Frans toen ik in het tweede leerjaar zat. Opstandige meisjes als heldinnen in het verhaal zijn de rode draad in deze selectie van boeken, althans die uit mijn jeugd.  Verder was ik werkelijk verslaafd aan sprookjes

  2. Onder Moeders Vleugels (Little Women door May Alcott)MD2.jpg
    De 4 volumes, in vertaling, las ik ergens tussen het 4de en het 6de leerjaar.  Ook dit boek gaat over opgroeiende jonge vrouwen die keuzes moeten maken in hun leven en willen ontsnappen aan de clichés die hen worden opgedrongen. Het is de intelligente en opstandige Jo March die mijn voorkeur wegdroeg. Haar creativiteit en avontuurlijk karakter botsten wel met haar uiteindelijke keuze voor de droge Professor Bhaer. Het boek gaat in wezen over hoe jonge vrouwen hun eigen toekomst kunnen bepalen als ze maar genoeg in zichzelf geloven en volharden in hun streven.
  3. Alexandre Dumas MD3.jpgLe Comte de Monte-Christo
    Dit verhaal is een waar sprookje van wilskracht, moed, opoffering, creativiteit en rechtvaardigheid; waar de slechte gestraft wordt en de goede beloond. De gevangenisscenes en de ontsnapping van de held zijn zo uniek dat je die scenes zo meteen voor de geest kan halen.
  4. Charlotte Brontë, Jane Eyre (1847)MD4.jpeg

    Ook deze roman voert een opstandig meisje als hoofdfiguur op. Ik las dit boek toen ik elf was, in vertaling. Het fascineerde me: de vreselijke school waar arme domineedochters heen werden gestuurd en onmenselijk werden behandeld, de gekke vrouw op de zolder van het kasteel, de principiële heldin die haar geliefde niet huwt omdat het oneerbaar zou zijn, de donkere held met zijn ongekende verleden, de fanatieke dominee en het einde waarbij de heldin trouwt met de held ook al is hij dan blind. 

    In januari van dit jaar citeerde de Mail on Sunday de woordvoerder van Salford University omdat die de studenten had gewaarschuwd : “Only read Jane Eyre if you dare”, dit was een zgn. trigger warning om het mentale welzijn van studenten te beschermen. Monty Don, nu bekend als tuinspecialist, begon zijn academische carrière ook als student Engelse literatuur en vindt Jane Eyre één van de “great books in English literature”. Waarom zouden jonge mensen nu overstuur zijn bij het lezen van dit boek? Ik was elf.

  5. Emily Brontë MD5.jpegWuthering Heights
    Dit boek van de jongere zus van Charlotte, is veel gewelddadiger dan Jane Eyre en heeft toelichting nodig om correct geïnterpreteerd te worden. Ik las dit boek in het secundair onderwijs maar de verschillende interpretatielagen werden pas duidelijk toen ik het herlas als studente aan de RUG. Het boek is ronduit geniaal en zou verplichte lectuur moeten zijn voor elke student van Engelstalige literatuur. De uitdaging bij het lezen van dit verhaal is methodologisch – er zijn verschillende vertelinstanties – maar evenzeer inhoudelijk wie van de personages is slecht, wie is goed? Wat is de rol van de dood in dit verhaal? En wat betekent de drukkende troosteloosheid van het landschap? De antwoorden zitten in het verhaal.
  6. Emile Zola o.a. MD6.jpegLa Bête Humaine
    Ook Zola’s romans las ik voor ik literatuur ging studeren. Wat me vreemd genoeg het best is bijgebleven van de Zola romans is het gevoel van honger dat hij weergeeft en de beschrijvingen van het armzalige eten dat de kinderen in de verhalen kregen. Ook deze verhalen roepen nog steeds beelden op van ziekte en vervuiling. 
  7. Boeken van Jean Plaidy (of andere historische romans over het Franse koningshuis)MD7.jpeg
    In de lokale bibliotheek waar ik wekelijks boeken ging ontlenen was er niet zo veel keuze. Een groot aantal boeken mocht ik als niet-volwassene niet lezen. Dus ik moest het houden bij wat beschouwd werd als onschuldige lectuur. Gelukkig wist de bibliothecaris niet dat de geschiedenis van de Franse koningshuizen allesbehalve onschuldig was. De kennis die ik toen opdeed, gebruik ik nog altijd.
    • Catharina dé Medici Trilogie.
    • Elisabeth R. en Robert Dudley.
    • Gunstelingen van de koningin.
    • Hendrik VIII en Anna Boleyn.
    • Hendrik VIII en Catharina van Aragon.
    • Hendrik VIII en Katharine Parr.
    • Isabella van Castilië Trilogie.
    • Katharina van Aragon Trilogie.
  8. Jef Geeraerts Gangreen 1. Black Venus (1968, roman) en Hugo Claus De Metsiers (1950).MD8a.jpegMD8b.jpeg
    Geeraerts en Claus las ik in het laatste jaar van het secundair onderwijs. Het waren boeken aangeraden door een interimaris leraar Nederlands. Het staat vast voor mij dat ik nooit had gekozen voor Germaanse filologie als ik die romans niet had gelezen.
  9. Jan Cremer, Ik, Jan CremerMD9.jpg
    Dit boek was van grote invloed hoewel ik het zelf niet las in die late tienerjaren. Het boek was moeilijk te verkrijgen en de lokale bibliotheek zou het zeker niet uitlenen aan minderjarigen. Een van mijn klasgenoten had een exemplaar bemachtigd en las er uit voor op de speelplaats telkens het speeltijd was. Nooit werden speeltijden zo ongeduldig afgewacht als toen we in groep Jan Cremer lazen. Tot dan dachten we dat Nederlandse literatuur vertegenwoordigd werd door Vondel, Hooft, Conscience, Elsschot, en Boon. Maar dit was een nieuwe wereld.
  10. Dickens Our Mutual FriendMD10.jpg
    De Engelstalige serie boeken die ik hier moet vermelden, begint met de persoon die wellicht het best de negentiende-eeuwse roman vertegenwoordigt: Charles Dickens. Ik las tijdens mijn studententijd al zijn romans en stond versteld van het vernuft van zijn verhalen, Dickens’ oog voor detail, zijn inzicht in romanstructuren, zijn kennis van de mensheid, zijn enorme verbeelding en zijn menselijkheid bleven en blijven mij boeien.
  11. Sandra Gilbert and Susan Gubar The Madwoman in the Attic (1979 )MD11.jpeg
    The Madwoman in the Attic is het feministisch literatuuroverzicht dat voor mij op duidelijke manier het probleem van eenzijdigheid/discriminatie van de literaire geschiedschrijving op tafel legt. Ingaande tegen Harold Blooms Anxiety of Influence leggen Gilbert en Gubar uit dat vrouwelijke auteurs niet zozeer de invloed van voorgaande generaties moesten verwerken maar de angst voor het schrijven zelf omdat schrijven altijd werd voorgesteld als een mannelijk voorrecht. Hun poëtische stijl en originele inzichten lagen aan de basis van dit werk dat een mijlpaal werd in de feministische literatuurtheorie.
  12. Alfred, Lord Tennyson Complete WorksMD12.jpeg
    Tennyson ontdekte ik tijdens het schrijven van mijn doctoraat. De Victoriaanse auteurs werden in mijn eigen studententijd niet gedoceerd. Deze grote dichter zou de pièce de resistance worden van de cursus Victoriaanse poëzie die ik vanaf eind de jaren 90 zou doceren.
  13. MD13.jpegChristina Rossetti
    Deze vrouwelijke dichter werd na de dood van Tennyson genoemd als een mogelijke opvolger van de hofdichter Tennyson. Ze was de zus van de dichter-schilder Dante Gabriel Rossetti maar had genoeg talent om voor zichzelf naam te maken zonder de associatie met de prerafaëlieten. Rossetti’s werk zit vol verrassingen. “Goblin Market” is zo mogelijk haar meest bekende gedicht
  14. Robert BrowningMD14.jpeg
    Ook de poëzie van Robert Browning weerlegt het clichébeeld van de puriteinse en reactionaire Victorianen, een beeld dat gecreëerd werd door de modernistische generatie die het verschil met zichzelf wilden onderstrepen. Brownings poëzie verwijst vaak naar het verleden maar behandelt dat met een visie vanuit de toekomst. Met zijn dramatische monologen slaagt hij erin om de psyche van de lyrische verteller bloot te leggen. Zijn meest bekende monoloog, “My Last Duchess”, ontleedt de psychopatische ingesteldheid van de invloedrijke hertog van Ferrara uit de 16de eeuw die zijn jonge vrouw laat vermoorden uit pure sadistische geldingsdrang.
  15. MD15.jpegJohn Donne
    De gedichten van John Donne hebben mijn privéleven bepaald. Hoe dat is gebeurd, laat ik even in het midden. Jarenlang heb ik Donne’s gedichten gedoceerd. Studenten slorpten zijn liefdesgedichten en religieuze gedichten, gevoed door beeldrijke passie, gulzig op. Welke dichter kan immers de vieze vlo gebruiken als symbool van erotiek en liefde? Hij deed het. In die tijd moest ik studenten nog, onder meer met tekeningen op het bord, uitleggen hoe een vlo kon gebruikt worden om. Nu is dat niet meer nodig.
  16. David Lodge (Changing Places)  en Malcolm Bradbury (Stepping Westward)
    Collega’s aan de UEA leefden zich uit in geestige campus romans. MD16a.jpegMD16b.jpg
    Deze romans las ik vooral op vakantie. Ze lieten me alles relativeren want onze academische job was voer voor fictie. De situaties in deze romans waren helemaal herkenbaar ook als speelden de scenes zich af in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië.
  17. Philip Roth Portnoy’s Complaint (1969)MD17.jpeg
    Deze zeer onvictoriaanse roman las ik op de trein tijdens mijn pendeldagen tussen Brugge en Gent. Roths verhalen, deze en andere, waren zo seksueel voortvarend dat ik geneigd was rond te kijken op de trein om te checken of er iemand meelas. Ook moest ik soms hard luidop lachen. Een fenomeen was hij, die Roth.
  18. Andrew Lang (Letters to Dead Authors)MD18.jpeg
    Van mijn doctoraatsonderwerp, Andrew Lang, las ik alles. Mijn voorkeur gaat hier wellicht naar zijn fictieve brieven geadresseerd aan dode auteurs (Letters to Dead Authors) geschreven in de stijl eigen aan elk van hen.
  19. Virginia Woolf Mrs Dalloway (1925)MD19.jpeg
    Als persoon en als auteur is Woolf een blijvend intrigerend figuur. Deze prominente twintigste-eeuws feministe schreef sterke politieke stukken waarin ze pleitte voor gelijke kansen voor vrouwen op basis van heldere beelden zoals iedereen heeft recht op een eigen kamer om in te werken, of  vrouwen hebben altijd minder kansen gehad dan mannen. Voor dat laatste creëerde ze de zus van Shakespeare die dezelfde gave had maar die dat schrijftalent nooit heeft kunnen uitbuiten omdat ze een vrouw was. In Mrs Dalloway komt de maatschappelijk enge positie van vrouwen evenzeer aan bod met daarnaast ook commentaar over mentale gezondheid (ook refererend naar haar eigen ervaringen) in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog in de levens van jonge Britten.
  20. De grote vrouwelijke auteurs uit de negentiende eeuw (naast de Brontës) zijn ongetwijfeld Jane Austen en George Eliot.MD20a.jpg
    Deze auteurs las ik pas als studente Engels. Voor dit overzicht zou ik graag Sense and Sensibility (Austen) selecteren. Ik besprak het boek op een cultuurprogramma van Radio 1 na de succesvolle verfilming door Ang Lee (1995) met Hugh Grant, Emma Thompson en Kate Winslet als de hoofdpersonages. De vertolkingen en de filmadaptatie legden de juiste klemtonen: het belang van geld in het leven van vrouwen en de ondergschiktheid van vrouwen aan mannen in de negentiende eeuw. Van George Eliot kies ik Daniel Deronda, een psychologische triller die dezelfde thema’s aanraakt als die in de Austen roman.
  21. Wilfred Owen Poems.MD21
    Owens gedichten zijn voor mij de meest beklijvende van alle Engelstalige oorlogsgedichten. De commemoratie van die eerste wereldoorlog bracht de gedichten opnieuw in onze herinnering tegelijk met de muziek zoals het War Requiem van Benjamin Britten en de kunst door de oorlog geïnspireerd zoals die van Otto Dix, Henri Gaudier Brzeska en Christopher Nevinson.

Sylvia Van Peteghem

© UGent, foto Hilde Christiaens

Vóór Paul Buschmann in UGent werkte, hebben we vaak samen vergaderd in VOWB (Vlaams Overlegorgaan voor Wetenschappelijke Bibliotheken) en wellicht in nog andere verenigingen waar hogescholen en universiteiten samen kwamen. Toen hij zich kandidaat stelde als faculteitsbibliothecaris voor Letteren en Wijsbegeerte, kenden we hem dus al een beetje en wisten we dat het goed kwam met de bibliotheek waar Saskia Scheltjens zoveel voorbereidend werk deed. Paul is mij altijd opgevallen door zijn originaliteit en virtuose taal. Wie komt nu op het idee om planten van studenten op te vangen tijdens de vakanties? En wie denkt aan 21 boeken om je leven op een rijtje te zetten. Ik kan je verzekeren dat het je doet nadenken en dat je keuzes moet maken, maar je ook doet glimlachen en dromen.

  1. Loekie Hoogwaard. Marianne Jurgens, 1948SVP001.JPG
    Ik groeide op met twee (veel) oudere zussen die met elkaar wedijverden om mij zeer vroeg te leren lezen. We lazen “Mijn eerste woordenboek in kleuren”, veel sprookjes en de geïllustreerde Larousse, waar ik het vooral bij de prentjes hield. De stadsbibliotheek was no go, want dan verloor vooral één van mijn zussen de controle op wat ik las. Boeken werden enkel gekocht. Op zolder stond een afgesloten koffer met romannetjes waarover mijn moeder waakte. Op een dag haalde ze daar Loekie Hoogwaard (1944) van Marianne Jurgens uit, pseudoniem van Johanna Jacoba Quakernaat-Hilverda. Die titel zegt wellicht niemand iets, maar voor mij ging er een wereld open. Een stukje Nederland, sporen van de voorbije oorlog maar vooral een jong meisje dat timmerde en verfde en meubeltjes opknapte. Het boek was ook een geheime boodschap van mijn stille moeder van wie ik ooit een gereedschapskistje had gekregen en die mij leerde hout verzagen en nagels recht kloppen en stopcontacten en lampenkapjes herstellen. Want, zei ze : in plaats van op een man te wachten om het te doen, leer je het beter zelf doen.
  2. Jane Eyre. Charlotte Brontë, 1847MD4.jpeg
    Nog een boek uit mijn moeders afgesloten koffer. En weer een nieuw stuk wereld. Het ruige Engeland. Ik bleef het herlezen met de zaklamp onder de lakens en onderhandelde met mijn (ook veel oudere) broer voor telkens weer nieuwe batterijen. Wat mij onverdiend eindeloos veel klussen bezorgde.
    De personages, de interieurs, de landschappen, de verliefdheid, de angst, het onrecht, het verzet, de twijfels en raadsels èn het happy end uit Jane Eyre, zitten voor goed onderhuids. Zeker ook dank zij de fantastische cursus die Marysa Demoor er over gaf in de speciale licentie Literatuurwetenschappen.
    Als Michiel mij 50 jaar later naar Top Withens in Stanbury brengt - Heathcliffs huis in Wuthering Hights- in wat nu als de Brontës Moors wordt aangeduid, voelt alles daar als thuis maar brengt ook een onverwachte tristesse en angst met zich mee.
  3. Kuifje, De zaak Zonnebloem. Hergé, 1956SVP03.JPG
    In de jaren 60 groeide je op met Kuifje. Mijn oudere broer had de hele verzameling die ik bleef herlezen. Toen ik twintig jaar geleden op een bus zat tussen Budapest en Debrecen, waar de velden links en rechts van de weg onwerkelijk groot zijn, zag ik in de verte een knalgele oldtimer en een blauw/wit sportvliegtuigje in een veld staan. Francis en ik reageerden bijna paniekerig met “Zonnebloem!"
    Ooit kwam Alain Resnais naar Gent om filmlocaties te zoeken voor Jean Rays Harry Dickson. De film kwam er niet door te weinig budget voor de 70 mm opnames. Resnais wou de personages “van hoofd tot en met voeten in beeld, net zoals Hergés in Kuifje” Daar had ik nooit eerder bij stilgestaan.
    En ja, Hergés wereld is die van de blanke man. Maar laat ons die alsjeblief duiden en niet censureren.
  4. De Klaane Prins. Antoine de Saint-Exupéry,1943 - vertaling Eddy Levis, 2020SVP4.png
    Magda Wulteputte was lerares Frans in de humaniora van de Onze Lieve Vrouw Presentatie in Lokeren. Ze was streng en afstandelijk en ik was onwennig in haar lessen. 50 jaar later moet ik toegeven dat wat zij ons aanleerde, blijvend is. Georges Brassens, Françoise Hardy, Le Petit Prince. Vooral de dialogen met de vos vergeet je nooit meer.
    Eddy Levis, prezedent van de Gentse sosseteit (A-politieke verîenegijnge veur de promose en d' instandhêwdijnge van 't Gents dialect) vertaalde verschillende klassiekers in het Gents: Kuifke, De biezjoes van Bianca Castafiori, Beatrix Potters “'t Verhoal van Piet Konijn”, Reinoart de Vos en de Klaane Prins.
    De Klaane Prins is een must voor wie iets met Gent heeft. Neem nu deze zin: “Haa gijngd in 't gês goan liggen en haa schriemdege”. Dan wil je toch verder lezen?
  5. Den lustfyllda vardagen, Hos Larssons i Sundborn, Lena Rydin, 1992svp05.JPG
    In dezelfde nonnenschool gaf Channah Cools in 1970 een interim Engels/Duits/Nederlands. Ze was fascinerend en verfrissend. Ze bracht ons Baron von Munchausen en sleurde een kleine platenspeler de klas in om naar Bob Dylan te luisteren wat “Soeur Marie Ignace” alsmaar ongeruster maakte. Kort na haar passage verhuisde Channah naar Noorwegen en een paar jaar later nam ze mij een eerste keer, putje winter, mee naar Oslo, haalde ze mij letterlijk van onder de Lokerse kerktoren en trok mij Scandinavië binnen, iets wat je nooit meer loslaat. In de Germaanse kreeg ik pas in de eerste licentie één uur Noors, de charismatische Alex Bolckmans was mijn privé prof omdat niemand anders geïnteresseerd was, en hij stuurde mij een zomer naar Bergen en een jaar naar Oslo, waar ik verslaafd geraakte aan de luchten, de taal, de literatuur, de huizen, de sauna, maar nooit aan de sneeuw en de donkerte.
    Dit boek was ooit Channahs kerstcadeau. Larsson is Zweeds, maar doet niet minder dromen.
  6. Kristin Lavransdatter. Sigrid Undsett, 1922SVP6.jpg
    In Oslo volgde ik in 1978-79 Noorse taalkunde, literatuur, fonetiek en cultuur. Een opleiding die specifiek voor buitenlandse studenten was ingericht. De meesten hadden Noorse roots en dus een grote voorsprong en ik een grote achterstand. Het was vlug duidelijk dat Noorse vrienden maken niet zo eenvoudig was. De Jeg for seg zoals Ibsen dat zo mooi noemt (elk voor zich) is echt een feit. Ik trok toen vooral op met de Chinese Kit-Fai Tsui, de vrouw van de Noorse filosoof Arne Naess, die net van Hong Kong naar Oslo was verhuisd. Op het einde van mijn Noorse jaar bleek mijn fonetica niet zo goed en de jury vond het bijzonder vreemd dat ik Noors sprak met een duidelijk Chinees accent.
    Kristin Lavransdatter was de eerste kanjer die ik in het Noors las. Het volgt het leven van een boerendochter met alle emoties die het leven geven kan, en het middeleeuwse Noorwegen wordt zo precies beschreven dat het verrijkt zelfs na al die jaren.
  7. Min Kamp. Karl Ove Knausgård, 2009SVP7.jpg
    Om Scandinavië in dit rijtje af te sluiten, de wondere Knausgård. Ik lees niet veel meer en dat heeft niet met “zin in“ te maken, maar met tijd. De dagen zijn voorbij als ze nog maar net begonnen zijn en ik besef dat ik nooit alles zal kunnen lezen wat ik wil. Toen ik aan Knausgårds Min Kamp begon, moest plots alles wijken door het verslavende van de herkenbaarheid en zijn zo leesbare taal.
    Alexia Leysen portretteerde 50 Knausgård-lezers in The Hasselblad series en regisseerde Valentijn Dhaenens in KNAUS. Ik ben duidelijk niet alleen voor hem gevallen.
  8. Virginie Lovelings oorlogsdagboek [1914-1918]SVP8.jpg
    Tijdens de eerste wereldoorlog was Gent een bezette stad. Virginie Loveling, toen 78, woonde aan het Citadelpark en deed wat niet mocht: bijna dagelijks een verslag neerschrijven over het stadsleven op kleine velletjes geruit papier die ze in een pakketje met zwarte draad samen naaide en overal in huis verstopte. In 1925 kwamen haar notities naar de bibliotheek.
    Gefinancierd door de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren gaf ik in 1999 een eerste teksteditie uit samen met Ludo Stynen, Bert Van Raemdonck, Isabel Vanzieleghem en Bart Van Lierde. Meteen was er ook een grote droom van Professor Antonin Van Elslander vervuld. We dachten toen dat er maar weinig interesse voor zou zijn maar Meulenhoff/Manteau gaf een bewerkte versie uit in 2005 en de Bezige Bij een derde in 2013. Bij elk contract was onze voorwaarde dat de integrale tekst van het dagboek vrij toegankelijk online bleef.
  9. Verlangen naar Frankrijk. Michiel Hendryckx, 2017svp09.JPG
    Toen Michiel zo een elf jaar geleden in mijn leven stapte, was dit boek al aan het groeien. Ik heb vaak het ongelofelijk privilege gehad om mee op fotoreportage te gaan en telkens weer ben ik verbaasd over wat hij ziet en ik maar zie. Ik leerde het geduld van een fotograaf kennen die wacht op het juiste licht,“entre chien et loup”, zijn fascinatie voor de vroege ochtenden en het belang van het weerbericht.
    Het Frankrijkboek ging samen met een al even imponerende tentoonstelling in de Sint Baafsabdij in 2017 en een aantal van de foto’s die daar te zien waren, hangen vandaag verspreid in de faculteitsbibliotheek Letteren en wijsbegeerte.
    Het was moeilijk om één beeld uit het boek te kiezen, het werd Claus Sluters Mozesput in Dijon. Michiel schrijft dit er over:
    “Ik sta hier voor de tiende of elfde keer aan hun voeten en weer loopt mijn gemoed vol. Weinig kunst is zo aangrijpend. Zonder ogenschijnlijk drama is het gewoon het levensechte, het alledaagse dat ontroert. De hyperrealistische details. De gesp aan de riem van Mozes. Zijn handen. De foto toont slechts een fragment. De dronken virtuositeit waarmee Sluter de draperingen laat uitdeinen. Rechts de mantel van koning David die achteloos zijn harp verbergt.”
  10. Another History of Art – 2.500 jaar Europese kunstgeschiedenis. Koenraad Jonckheere, 2020SVP10.jpg
    In de loop der jaren, had ik wel tien verschillende kantoren in de Boekentoren, maar de fijnste werkplek was de zitkamer van de vroegere portierswoning op de hoek van de Sint Hubertusstraat. Niet enkel om het gebogen raam maar ook voor de toevallige passanten. Eén van de trouwe bezoekers was Koenraad Jonckheere die mij vaak nieuwsgierig maakte naar publicaties en tentoonstellingen. Hij wees ook studenten en onderzoekers de weg naar de Bijzondere Collecties van de Boekentoren. Ondermeer Noam Andrews die samen met studenten in 2019 houtsneden en gravures van en naar Albrecht Dürer (1471-1528) toonde in het Van den Hove paviljoen. De prenten waren in de 19e eeuw geschonken door de Belgische schilder en verzamelaar Adolf Pieter Sunaert, nooit meer boven gehaald en vergeten. Toen Koenraads boek verscheen, was ik één van de eersten die in de boekenwinkel stond. 'Kunst is niet wat het is, het is wat het wordt’. Dat blijft bij.
  11. De Centrale Bibliotheek en het voormalig Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde van de Universiteit Gent, architect Henry van de Velde : preliminaire studie, Project2. 2003SVP11.jpg
    Op 26 oktober 2002 verkocht Henri Godts de archieven van de Boekentoren aan André Singer, toen CEO van Project2, een projectontwikkelaar. Nieuwsgierig naar het voor hem op papier zo zuivere gebouw bezocht hij de toren in april 2003. Boos om de lamentabele toestand van het gebouw besliste Singer meteen om een studie te financieren over wat er fout was gegaan, wat moest gerestaureerd worden en hoeveel dat zou kosten. Zeven maanden later lag die studie er en had de Boekentoren in de daaropvolgende jaren het geluk dat de juiste mensen op de juiste plaats zaten om de nodige beslissingen te nemen: rector André De Leenheer, minister Fientje Moerman, vice-rector Luc Moens en al wie vanuit haar of zijn functie intern of extern het hele restauratieproject in de juiste richting stuurde. Maar zonder die ene, stevige duw van André Singer was er nooit een restauratie geweest.
  12. Recollecting landscapes : herfotografie, geheugen en transformatie : 1904-1980-2004 . Pieter Uyttenhove, Dries Vanbelleghem, Ive Van Bouwel e. a.; Jean Massart, Georges Charlier, Jan Kempenaers. Gent, 2006SVP12.jpg
    Tussen 2004 en 2009 (en ook later) werkten we in de Boekentoren aan de Architectuurfocus waarmee we een brug probeerden te slaan tussen de digitale en de bewaarbibliotheek. We werkten daarvoor intens samen met de vakgroep Architectuur en Stedenbouw en in het bijzonder met Pieter Uyttenhove. Het resulteerde in boeken, tentoonstellingen en kunstprojecten die de Boekentoren zichtbaar maakten.
    Recollecting Landscapes maakte daar deel van uit. Drie fotografen herfotografeerden het zelfde landschap vanuit dezelfde kijkhoek. Jean Massart tussen 1904 en 1911, Georges Charlier in 1980 en Jan Kempenaers in 2004. De bibliotheek leerde digitaliseren, de onderzoekers kregen uniek materiaal. De tentoonstelling in het S.M.A.K. en de website kregen meer bezoekers en visibiliteit dan we ooit hadden verwacht. De ideale formule was elkeen te laten doen waar hij/zij het best in is: de bibliotheek in digitaliseren, restaureren en ter beschikking stellen. De onderzoekers in content geven en studenten enthousiasmeren, het museum in perfect tonen en toegankelijk zijn.
  13. Torens van boeken : Universiteitsbibliotheek Gent 1797-2020. Ruben Mantels, 2020SVP13.jpg
    Jaloers op wat andere universiteiten aanboden als historische achtergrond over collecties, gebouw en bibliotheek, zochten we een schrijver om ons verhaal te vertellen. Die nadruk op “schrijver” bleek niet zo een goed idee. We staken van wal met Benno Barnard die het al snel duidelijk maakte dat het grondig onderzoek dat er aan vooraf zou gaan voor hem echt een brug te ver was.
    De witte merel die we zochten, bleek te bestaan. Ruben Mantels startte zijn onderzoek in 2014 en werd alsmaar enthousiaster. De leescommissie (*) keek uit naar elk nieuw hoofdstuk met verrassende feiten en beelden. Zijn vlotte stijl, vaak met tongue in cheek zorgde voor nog meer leesplezier. En eindelijk kregen figuren als Herbert van de Sompel, Pat Hochstenbach en André Singer hun terechte plaats in de bibliotheekgeschiedenis.
    (* Wout De Vuyst, Hendrik Defoort, Pierre Delsaerdt, Saskia Scheltjens, Paul Schneiders, Veerle Van Conkelberge, Sylvia Van Peteghem)
  14. Geschichte meines Lebens. Henry van de Velde, Hans Curjel, 1962SVP14.jpg
    Duits is niet meteen mijn vlotste taal, maar toch verdwijnt de barrière als ik Van de Veldes biografie lees. Jarenlang heeft hij zelf nota’s genomen, zich bewust van de tragiek van zijn leven. Hans Curjel heeft met de hulp van zijn dochter Nele en veel kennissen, dit meeslepende verhaal opgeschreven. Hij tekende Van de Velde zoals hij wellicht was: zelfbewust door de grote waardering voor zijn werk van vaak ongekende schoonheid, bescheiden, optimistisch, vechtend maar kwetsbaar. De bouw van de Boekentoren heeft hem niet meteen gelukkig gemaakt, een verhaal dat nog moet geschreven worden door Ruben Mantels die werkt aan zijn Belgische biografie.
  15. 200 jaar UGent in 200 objecten. Patrick De Rynck, Ann-Sofie Dekeyser, Agnes Goyvaerts, Petra Gunst, Ruben Mantels, Pascal Verbeken. Projectcoördinatie Sylvia Van Peteghem; fotografie: Benn Deceuninck, Michiel Hendryckx, Geert Roels, 2017SVP15.png
    De universiteit wou een boek met 200 objecten en hun verhaal voor haar 200ste verjaardag.. De zoektocht naar die stukken was verrassend en de grootste schat was wel de ontdekking van de kudde plaasteren paarden en koeien in de faculteit Diergeneeskunde. De meeste werden ontworpen door Max Landsberg (1050-1906). Zoals meer lesmaterialen dienden die na de oorlog als herstelbetaling, wat ook het geval was met de Brendel-bloemmodellen gemaakt van hout en papier-maché. Wie ze nu in al hun glorie wil bewonderen kan dat (naast nog veel meer) in het GUM (Gents Universitair Museum). Het boek kreeg ongepland een zusje. Bart Verschaffel had het schitterend idee om een scheurkalender te maken met zowel het voorwerp als de ingekorte tekst. Elk personeelslid van de universiteit kreeg een exemplaar voor de 200 dagen tussen de dies natalis en de stichtingsdag.
  16. Marie-José Van Hee architecten A+U 613. 2021SVP16.jpg
    Elk jaar komen verschillende buitenlandse professoren met hun studenten de Boekentoren bezoeken en vaak gaan ze aansluitend naar het woonhuis van architect Marie-José Van Hee. Dat maakte mij nieuwsgierig. Toen ik de eerste keer bij haar binnen kwam, wist ik meteen waarom. Wat een omarmende, lichtgevende ruimte, met dezelfde Van de Velde formule van correcte verhoudingen, veel licht en mooie materialen. De Gentse stadshal, één van haar meest zichtbare creaties, draagt al die ingrediënten in zich.
    Michel de Vos schreef ooit “her architecture never shouts, it whispers”. Hoe waar is dat. Na het verschijnen van de monografie More home, more garden en het themanummer van het Japanse architectuur en urban planning tijdschrift A+U heb ik mij al vaak afgevraagd hoe het komt dat ze voordien zo onzichtbaar was. Heeft het te maken met de eenzame plaats die een vrouwelijke architecte toegemeten kreeg in het begin van haar carrière? Een volledig nummer van A+U over haar werk is een internationale erkenning. Zoals Bart Verschaffel opmerkte, betekent het meer dan een eredoctoraat van welke universiteit ook.
  17. Black Mould. Michaël Borremans, 2015svp017.JPG
    Ik zag het werk van Michaël Borremans voor het eerst in 2003 in het SMAK. The House of Opportunity. Twee jaar later op dezelfde plaats met An unintented performance. Ik liep zo vaak ik kon het museum binnen om zijn werk telkens opnieuw te zien. De verslaving is gebleven, ook toen hij in 2015 bij Zwirner in Grafton street in Londen tentoon stelde. Ik was in Londen voor de Liber conferentie en wie maar enige interesse toonde, sleepte ik meteen mee naar de galerij, waar ik samen met mijn Franse collega Marie Françoise Bisbrouck getuige mocht zijn van een bijna intieme rondleiding van een breekbare oudere topman van Christie’s die even gefascineerd was door Borremans als wij.
  18. De toren met boeken. 2005 SVP18.JPG
    Jaarlijks organiseert de vakgroep Architectuur en Stedenbouw een Jokerweek. Studenten werken dan samen aan een opdracht die resulteert in een collectieve tentoonstelling. In 2004 was dat “Branding de Boekentoren”. Hoe trek je de aandacht naar dit gebouw. Spaghetti in de vorm van de Toren, een heuse legobouwdoos, een geurhanger voor in de auto (weet u nog, die dennenboompjes). Dieter Callewaert, Renate de Martelaere, Jivannah Godefroid, Mieke Puttemans en Frederik Van Vlaenderen wonnen uiteindelijk met een kinderboekje getekend door een zusje van één van hen. Christine de Weerdt, directeur van het S.T.A.M., vond het ontwerp te mooi om in de archieven te verdwijnen en gaf het uit. Het verhaal toont een verdrietige Boekentoren.Toeristen zien hem niet en niemand kijkt echt naar hem om. De maan nodigt hem uit om bij haar te komen wonen en je ziet de Toren de ladder opklimmen en verdwijnen.
    Een paar jaar later stelde Karen Vander Plaetse voor het Torenbeeld te gebruiken voor de Monumentenstrijd. Een geslaagde branding.
  19. Pauwke en Doesje's travels together : reisdagboek. Alida Wynanda Sanders van Loo, 1899.SVP19.jpg
    In een roodlederen schriftje met goudversiering hielden Alida Wynanda Sanders van Loo en haar 17 jaar jongere minnaar Paul Buschmann jr minitueus en hartstochtelijk hun eerste reisverslagen bij (1899-1900). Tot 1908 reisden ze samen door Europa. Zij als journaliste voor literaire tijdschriften als Dietsche Warande en Belfort en De Vlaamse School - later Onze Kunst. Hij werkend aan zijn doctoraat over Jacob Jordaens. Hun relatie stopt als “Pauwke” directeur wordt van wat nu het Antwerpse KMSK is en hij in 1911 trouwt met Elsa, de dochter van Jan Van Rijswijk, uitgerekend op de dag dat Sanders van Loo 51 wordt. Haar Antwerpse wereld stort in en ze verhuist naar Gent waar ze na enkele jaren midden in de eerste wereldoorlog belandt. Ze start een oorlogskroniek op de onbeschreven bladzijden van het reisdagboek dat ze simpelweg onderste boven draait. In de zomer van 1918 vertrekt of vlucht ze naar Rijswijk en laat ze haar dagboeken in de universiteitsbibliotheek achter, maar dus niet het rode schriftje. Dat duikt terug op begin de jaren 70 als Francien van der Put het als 16-jarige opmerkt op een rommelmarkt in Middelburg en het koopt voor een tientje. Het pikante verslag van hun relatie haar overal volgen, alleen weet ze niet wie Pauwke en Doesje zijn. Tot Google haar broer Joost naar mijn doctoraatsonderzoek brengt, de biografie over en de uitgave van de dagboeken van Alida Sanders van Loo die vrij op internet te downloaden zijn. Na een eerste bezoek aan Gent besluit Francien het kostbare boekje aan de Boekentoren te schenken.
  20. Boekentoren/Book Tower Memory. 2020SVP20.JPG
    Als je beelden in het collectief geheugen wil laten opslaan, moet je ze vooral tonen. Soms twijfel ik er aan of wat in een boek terecht komt, wel voldoende gezien wordt. Toen ik in het Prado in Madrid in de shop het memoryspel met fragmenten van Goya’s schilderijen zag, werd ik meteen nieuwsgierig naar het volledige werk. Die speelse manier van verkennen leek mij een bruikbare formule om de Boekentorencollectie en haar Gentse netwerk in al haar diversiteit te tonen. De vraag was dan wel : wat komt er in en wat niet. Die keuze werd doorgeschoven naar dertig zorgvuldig gekozen mensen met de vraag :” Wat zou je bij ons willen vinden als de sky the limit is.” Er kwam een selectie waar we zelf nooit zouden aan toe gekomen zijn.
    Koen Allary (voormalig directeur van het Circuscentrum) stelde de moeilijkste vraag : hoe diep moet je de Eiffeltoren in de grond stoppen als je hem onderste boven wil bouwen en je niet wil dat hij om valt. Dat het boek La Tour de Trois cent mèters van Gustave Eiffel zelf, in 1900 in Parijs uitgegeven, in de collectie zit, kon hij toen niet weten. Geert Roels gaf zowel het spel als het boekje vorm.
  21. Bear. Marian Engel, 1976 svp021.JPG
    In de drie kranten die Michiel per dag leest, zitten veel literatuur recensies.Ik volg graag zijn suggesties voor boeiende en vooral onverwachte boeken. Twee weken weg door R.C. Sheriff (1931) en Bear van Marian Engel(1976) bijvoorbeeld.
    Als kind had ik zo graag een levende bruine beer in huis gehad. Zo graag zelfs dat hij op elke Sinterklaasbrief verscheen. Bear leek mij dus meteen iets. Het verhaal van Lou is wel veel pikanter dan die kinderdroom van toen. Lou is een wat uitgebluste bibliothecaresse die plots op een ver afgelegen en onbewoond Canadees eiland de bibliotheek van een kolonel moet inventariseren. In het hoge Noorden komt ze terecht in een prachtig achthoekig huis met een kamer vol boeken en onverwacht een beer waarmee ze een ondefinieerbare intimiteit opbouwt.
    Als je Twee weken weg uit hebt, wil je het meteen opnieuw lezen. Het is het verhaal van de familie Stevens uit Londen die al 20 jaar naar pension Zeezicht in Bognor Regis met vakantie gaan. Dat klinkt misschien saai, maar het is heerlijke literatuur.
    Bij zowel Bear als bij Twee weken weg heb ik Google Maps en street view gebruikt om de omgeving beter te zien, wat een luxe. Maar het meest fascinerende was de ontmoeting met een “octogan house”. Wat zou ik daar graag in rond lopen, maar de beer hoeft er niet meer bij.

В такива следобеди / Afternoons like these

В такива следобеди / Afternoons like these

Author’s bio:

Teodora Lalova (1992) was born in Varna and grew up in Sofia, Bulgaria. She studied at the National Lyceum for Ancient Languages and Cultures, obtained a Master of Laws degree from Sofia University “St. Kliment Ohridski”, and holds an LL.M. in International and European Business Law from KU Leuven (Belgium). She is currently a PhD candidate at KU Leuven and lives in Brussels. Her poetry has been featured in numerous Bulgarian and international outlets (such as Crosspoint, Literaturen vestnik, Liternet, Black Bough magazine, Porridge magazine, Philological forum, Kadar 25, the anthologies “Zonata” (Ars, 2017) and “The Circle 19: a Brussels anthology” (IDLE TIME PRESS, LLC, 2019)), and she holds awards from several Bulgarian poetry competitions. “Afternoons Like These” (Ars, 2021) is her first poetry collection.

The book:

The book contains poems (in Bulgarian and in English) and photographs, created at the crossroads of Belgium and the author’s native Bulgaria. The texts relate to the experience of the traveling person, the one growing up and maturing in between departures and returns. It is a tale of cities, a meditation on time. The photos are included in black and white, and complement the poems by giving a visual glimpse into some of the places that are mentioned in the book: Brussels, Leuven, Oostduinkerke, Sofia, Balchik... Finally, the choice to include the poems in two languages and the work on the translation itself also forms an important part of the book’s identity. The author worked together with Jason Spinks (a Belgian-American writer, who was born and grew up in Belgium) and Kalin Petkov (a Bulgarian japanologist who is currently living in Japan and doing a PhD in calligraphy). One poem is translated by Gabriela Manova, a Bulgarian poet and editor, who is currently doing a Masters degree in translation. Thus, the translation team and their work represent to some extent what Belgium embodies best: people meeting at the intersection of cultures and languages.  

"Though this book felt that its story is ready to be told after several years of living in Europe, it doesn't toy with the high note of nostalgia or the overtones of absence. It is perfectly played to the score of the humble search for meaning. Teodora Lalova's "Afternoons Like These" does not flirt with names of places and personalities, but explores them in the spaces of spiritual volume between departure and staying, between the acknowledged sense of retaining one's identity and changing. And all of this - seen through a gaze that knows well and works virtuosically with that particular pre-sunset light in which everything becomes softer, caressing the senses gently, but a light that brings out contours and essences clearly..."  (Valentin Dishev)

Expo

In de faculteitsibliotheek, vleugel Magnel, 1e verdieping.

Vanaf 14 maart 2022.

Artikel over deze expo in Bulgarka Magazine (Bulgaars): Между поезията и фотографията – интервю с Теодора Лалова

Hernummeringstraject naar LCC

In het najaar van 2021 startte de Faculteitsbibliotheek Letteren & Wijsbegeerte met een traject om de volledige collectie in open opstelling te hernummeren naar de Library of Congress Classification (kortweg LCC).

In het najaar van 2021 startte de Faculteitsbibliotheek Letteren & Wijsbegeerte met een traject om de volledige collectie in open opstelling te hernummeren naar de Library of Congress Classification (kortweg LCC).

Dit is het plaatsingssysteem van de Library of Congress, de nationale bibliotheek van de Verenigde Staten, en wordt in bibliotheken wereldwijd gebruikt. De boeken staan door de indeling in LCC-codes op onderwerp bij elkaar. Als je een publicatie vindt, springen in de buurt misschien andere relevante werken over hetzelfde onderwerp in het oog.

Over dit traject schreef bibliotheekcollega Veronique Despodt een artikel in META.

Update juli 2022

Nu de naweeën van de drie grote verhuisbewegingen van vakgroep- en seminariebibliotheken naar LWBIB aan het uitdoven zijn, zet de faculteitsbibliotheek een volgende stap om de collectie in open kast – momenteel bijna een half miljoen boeken – nog gebruiksvriendelijker aan de lezer aan te bieden. De komende jaren schakelt de faculteitsbibliotheek over naar één classificatiesysteem, nl. LCC: Library of Congress Classification. Elk boek in open kast krijgt daarbij een nieuwe stek volgens de LCC-classificatie, maar ook een nieuw label en een RFID-tag ter beveiliging.

Momenteel is de ontdubbeling ten opzichte van de collectie van de Boekentoren aan de orde. Meer dan 54.000 titels bevinden zich zowel in de collectie van LWBIB als die van de Boekentoren. Een maand lang doken bibliotheekmedewerkers onder in de depots van de Boekentoren om van een aanzienlijke selectie (samengesteld op basis van weloverwogen parameters) de aanwezigheid te controleren.

Medewerkers van de faculteitsbibliotheek hebben afvoerlijsten samengesteld waaruit categorieën gefilterd werden van boeken die toch in de collectie van LWBIB zullen blijven. Het gaat om (bij aankoop) gemotiveerde dubbels, boeken waarvan het exemplaar in de Boekentoren zeer frequent ontleend wordt, boeken waarvan het exemplaar in de Boekentoren niet uitleenbaar is of boeken waarvan het exemplaar in de Boekentoren niet langer terug te vinden is.

Deze afvoerlijsten belandden vervolgens op de bureaus van de collectieverantwoordelijken van de vakgroepen. Zij konden titels aanduiden waarvan ze vinden dat ze omwille van actueel onderzoek en/of onderwijs in de open kast-collectie van LWBIB moeten blijven staan, ondanks het feit dat de Boekentoren ook een exemplaar bezit.

Na het terugbezorgen van deze afvoerlijsten aan LWBIB, begon het daadwerkelijk verwijderen van een eerste golf boeken uit de rekken van de faculteitsbibliotheek. Dit loopt nog de hele zomer door.

Meer informatie?

Contacteer veronique.despodt@ugent.be

Entrée / Entrez

In de inkomhal van Rozier 44 presenteert de Faculteitsbibliotheek een 'Entree/Entrez': een kleine expo met een selectie van boeken die een blik werpen op een actueel onderwerp.

In de inkomhal van Rozier 44 presenteert de Faculteitsbibliotheek een 'Entree/Entrez': een kleine expo met een selectie van boeken die een blik werpen op een actueel onderwerp.

Den Entree

09/06-29/06/2022 Grensland

/

Letterlijk vertaald betekent “Oekraïne” eigenlijk “land aan de rand”, wat gelijk ook een impressie geeft van de manier waarop de regio lange tijd gezien werd, zowel vanuit het standpunt van Rusland als van Centraal-Europa, maar even goed vanuit het Osmaanse Rijk en de steppevolkeren die voordien het gebied controleerden (Mongolen, Krim-Tataren, enz.). Tot welk land de regio ook behoorde in de loop van de geschiedenis, altijd vormde het ergens wel de grens bij uitstek met een ander, concurrerend land, en altijd is het een grondgebied geweest waarlangs de interactie - nu eens vredevol, dan weer met geweld - tussen verschillende naties en culturen verliep.

Door deze “grenspositie” kreeg de regio vaak de rol toebedeeld van grenswacht of douanier. En terecht, want de reputatie als “graanschuur van Europa” zorgde ervoor dat menig buitenstaander wel eens een begerig oog placht te laten vallen op de vruchtbare gronden van Oekraïne. Wie de huidige problemen - op mondiale schaal! - met voedselbevoorrading omwille van de oorlog bekijkt, beseft hoe cruciaal de regio was en is als “voedende moeder” voor meer dan één wereldburger.

//

Het feit dat Oekraïne vanuit een centraal standpunt (Moskovië / Rusland, Habsburg en Polen en Litouwen (al dan niet in een politieke unie), maar even goed de Mongolen, de Krim-Tataren en, later, het Osmaanse Rijk) altijd wel “aan de rand” gelegen was, heeft er in de loop van de geschiedenis meer dan eens voor gezorgd dat het gebied een zekere aantrekkingskracht had voor alles wat als perifeer gezien werd.

Zo is de grote Kozakkengemeenschap (die nu ook buiten Oekraïne bestaat, maar bovenal een stevige basis in de regio heeft) ontstaan vanaf de 15de eeuw als een groep van “outlaws”, vaak gevluchte lijfeigenen, van diverse origine - Pools, Oost-Slavisch, Mongools, … De Kozakken probeerden het centrale gezag van Polen, Mongolen en Moskoviërs te ontvluchten en creëerden uiteindelijk een eigen cultuur van vrijheidslievende en sterk op zelfbestuur georiënteerde rebellen. Zij kwamen hierom meermaals met de machthebbers (van welke aard dan ook) in botsing. De Kozakken draaiden hun hand niet om voor plunderingen op vreemd gebied, maar keerden zich even goed tegen de eigen ‘meesters’ en verzetten zich met hand en tand tegen de niet-aflatende pogingen vanuit de grote machten om hen aan de grond te binden en in te passen in de dominante staten. 

De “Pale of Settlement” was dan weer het gebied, ingesteld in 1791 door Catharina de Grote, na de zogenaamde ‘Poolse delingen’. Toen Polen werd verdeeld tussen Pruisen, Habsburg en Rusland kwamen anderhalf miljoen joden die voordien in Polen-Litouwen leefden plots in Rusland terecht. De “Pale” was het gebied waarbinnen (bijna) alle joden in het Russische rijk zich verplicht moesten vestigen. Dit territorium besloeg een regio die de grenzen van het huidige Oekraïne ruim overschrijdt (Litouwen, Belaroes, Oekraïne), maar het zwaartepunt van de “Pale” lag in wat nu Oekraïne is. Dit verklaart de vele sporen van het jodendom in het land. Zelfs binnen dit specifieke gebied waren de rechten van de joden beperkt en bestonden er bijvoorbeeld strenge quota voor het maximale percentage joden dat aanvaard kon worden in een school of universiteit. Pas halverwege de 19de eeuw mochten joden in in grotere mate buiten de hun toegewezen nederzettingen in Litouwen, Belaroes, Oekraïne en Bessarabië leven. Wel kwam er gelijk een nieuwe wetgeving, die het aandeel Joden in een stad tot een derde van de totale bevolking beperkte. Discriminerende maatregelen bleven van kracht, tot begin 20ste eeuw. De vroege Sovjettijd vlakte de discriminatie aanvankelijk uit. Later kwam de Holocaust en ook het Sovjetantisemitisme won aan kracht vanaf Stalin. Desondanks zijn joodse gemeenschappen nog steeds aanwezig.

Niet alleen naar buiten toe, maar ook intern heeft (of is het nu eerder “had”?) Oekraïne met een “grens” te maken tussen Russisch- en Oekraïenssprekenden. Tot voor kort was het land ook intern verdeeld tussen inwoners die eerder aanleunden bij Europa en anderen die Rusland prefereerden. Als de oorlog in Oekraïne iets bewerkstelligd heeft, dan is het wel dat die balans ruim doorgeslagen is in de richting van West-Europa. Opvallend is ook dat de ‘taalgrens’ van minder belang is geworden: Russischsprekenden voelen zich meer Oekraïner dan de Russische staat had ingeschat en vechten even goed tegen de invasie. Verschillen tussen de twee groepen in het algemeen en tussen West-Oekraïners en Oost-Oekraïners in het bijzonder zijn er nog steeds, maar de huidige oorlog heeft in elk geval die interne grens (voor een deel) doen afbrokkelen.

  • Plokhy, Serhii. The Origins of the Slavic Nations : Premodern Identities In Russia, Ukraine, and Belarus. Cambridge: Cambridge university press, 2006.
    Russen, Oekraïners en Belarussen worden traditioneel gezien als “broedervolkeren”. Serhii Plokhy gaat in dit boek na waar dit beeld vandaan komt. Plokhy is een van de meest geprezen Oekraïnespecialisten. Hij kreeg meerdere prijzen voor zijn onderzoek.
  • Plokhy, Serhii. The Frontline: Essays On Ukraine's Past and Present.
    Deze bundel essays van de gerenommeerde onderzoeker Serhii Plokhy focust op verscheidene heikele aspecten in de lange geschiedenis van Oekraïne, vanaf het prille begin tot de Russische agressie in de laatste jaren. Belangrijk is dat deze bundel niet alleen in relatie tot Rusland / de Sovjet-Unie bekijkt, maar in een bredere, globale context.
  • Schmid, Ulrich, and Oksana Myshlovska. Regionalism Without Regions : Reconceptualizing Ukraine's Heterogeneity. Budapest: Central European University Press, 2019.
    De auteurs van de papers in deze bundel - historici, sociologen, antropologen, economisten, letterkundigen en taalkundigen - bekijken de natie Oekraïne als de som van haar regio’s, in al haar heterogeniteit en diversiteit. De bundel stelt op die manier de traditionele idee van de natiestaat in vraag.
  • Deutsch, Nathaniel. The Jewish Dark Continent : Life and Death In the Russian Pale of Settlement.
    Rond 1900 leefde 40% van alle joden in de wereld in de “Pale of Settlement”, een gebied tussen de Baltische en de Zwarte Zee. Het boek geeft een unieke inkijk in de folklore en het dagelijks leven van deze joden aan de hand van authentieke documenten, verzameld in het begin van de 20ste eeuw door een sociaal-revolutionair en aspirerend etnograaf die zichzelf ‘An-ski’ noemde.
  • Shkandrij, Myroslav. Jews In Ukrainian Literature: Representation and Identity.
    Door het bestaan van de “Pale of Settlement” is de Oekraïense cultuur lange tijd verweven geweest met de joodse cultuur. In dit boek belicht Myroslav Shkandrij hoe dat gegeven de Oekraïense literatuur beïnvloed heeft.
  • Wolfthal, Maurice. The Pogroms In Ukraine, 1918-19: Prelude to the Holocaust.
    De joodse aanwezigheid in Oekraïne zorgde in het begin van de 20ste eeuw voor veel wrijvingen, die uiteindelijk uitmondden in “pogroms”, een woord dat we in het Nederlands helaas geïmporteerd hebben uit het Russisch. Tussen 1918 en 1921 werden om en bij de 100 000 joden slachtoffer van pogroms. Nokhem Shtif, een eminent Jiddisch linguïst en sociaal activist, registreerde in de nasleep van de pogroms het leed van de slachtoffers in Kyiv. Zijn bevindingen werden vertaald en van een inleiding voorzien door Maurice Wolfthal.
  • O'Rourke, Shane. The Cossacks. Manchester: Manchester university press, 2007.
    Dit monumentaal boek schetst 500 jaar kozakkendom en toont de lezer waar de link zit tussen de ruitergemeenschap uit de steppe en Poetin’s brutale stoottroepen vandaag.
  • Krasinski, H. The Cossacks of the Ukraine : Comprising Biographical Notices of the Most Celebrated Cossack Chiefs Or Attamans ... and a Description of the Ukraine. With a Memoir of Princess Tarakanof, and Some Particulars Respecting Catharine Ii., of Russia, and Her Favourites. London, 1848.
    Een unieke bron uit de 19de eeuw, met een afzonderlijk hoofdstuk getiteld “A Description of the Ukraine”. Dit hoofdstuk weerlegt het discours van Poetin dat “Oekraïne eigenlijk nooit bestaan heeft”.
  • Huntington, Samuel P. The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order. New York (N.Y.): Simon and Schuster, 1996.

    Culturele en religieuze breuklijnen zijn voor de Amerikaanse politieke wetenschapper Samuel Huntington van doorslaggevend politiek belang in de wereld na de Koude Oorlog. Oekraïne is in zijn ogen fundamenteel gespleten wegens het verschil tussen het (oosters-) katholieke Westen van het land en Russisch-orthodox georiënteerde Oosten.

  • Jansen, Marc. Grensland : Een Geschiedenis Van Oekraïne. Amsterdam: van Oorschot, 2014.
    In een bevattelijke Nederlandstalige synthese omschrijft Jansen de positie van Oekraïne als grensland - tussen  Polen-Litouwen, Rusland, het Habsburgse en het Ottomaanse Rijk. Een must-read voor iedereen die iets over de complexe en veelzijdige geschiedenis wil weten.
  • Wheeler-Bennett, John Wheeler. Brest-litovsk : the Forgotten Peace, March 1918. London: MacMillan, 1966.
    De Duitse overwinning aan het Oostfront werd op 3 maart 1918 bezegeld door de Vrede van Brest-Litovsk. Rusland moest Oekraïne afstaan dat een satelietstaat van Duitsland werd, om de Duitse oostflank te beschermen. De Duitse nederlaag in de herfst van 1918 sloeg de basis voor die constructie weg.
  • Veidlinger, Jeffrey. In the Shadow of the Shtetl: Small-town Jewish Life In Soviet Ukraine.
    De holocaust vernietigde bijna volledig het joodse leven in Oost-Europa. De overlevenden bouwden hun vroegere gemeenschappen weer op. Jeffrey Veidlinger gaat uitgebreid in op deze gemeenschappen en hun herinneringen aan het joodse leven voor wereldoorlog, tijdens de Holocaust en onder het communisme.
  • Kármán, Gábor. Tributaries and Peripheries of the Ottoman Empire.
    Deze bundel bevat studies die dieper ingaan op de verhouding van het Osmaanse Rijk met de naburige periferieën, waaronder Oekraïne. De bundel werpt een ander licht op Oekraïne als grensland, deze keer vanuit het standpunt van het Osmaanse Rijk.
  • Boeck, Brian J. Imperial Boundaries : Cossack Communities and Empire-building In the Age of Peter the Great. Cambridge: Cambridge university press, 2009.
    Dit boek behandelt de imperiale ambities van het Russische Rijk en de impact ervan op de Donkozakken. Brian Boek focust daarbij op de rivaliteit tussen het Russische en Ottomaanse Rijk in het gebied ten noorden van de Zwarte Zee en het effect daarvan op de Donkozakken. Zij werden van een open, democratische, multi-etnische gemeenschap gedwongen tot een gesloten, etnische gemeenschap die zich vooral bezig moest houden met militaire aangelegenheden. Peter I vernietigde het oude steppeleven en creëerde op die manier een nieuwe, imperiale Kozakkenorde die nog maar weinig gemeen heeft met het oorspronkelijke Kozakkenbestaan.
  • Seegel, Steven. Mapping Europe's Borderlands : Russian Cartography In the Age of Empire. Chicago: University of Chicago Press, 2012.
    Kaarten zijn niet alleen een bron van informatie, maar ook een middel voor staten en naties om macht uit te oefenen. Steven Seegel gaat dieper in op de rol van kaarten en kaartenmakers in Rusland, maar even goed op het belang ervan voor de vorming van identiteiten en instituties in Ruslands buren en de niet-Russische rijksdelen van het Russische keizerrijk - Polen, Litouwen en, bovenal, Oekraïne.

19/05-08/06/2022 Grensland / Bloedland

Over Oekraïne tijdens de 20ste eeuw.

/

Bloedland Oekraïne. Die titel lijkt zo uit het nieuws van vandaag te komen. De bloederige beelden van Boetsja, Marioepol en talloze andere plaatsen in Oekraïne staan immers op ons netvlies gebrand. De kwalificatie van Oekraïne als ‘bloedland’ is echter al meer dan een decennium oud. Zij werd gemunt door de Amerikaanse historicus Timothy Snyder. In 2010 verscheen van zijn hand Bloodlands: Europe Between Hitler and Stalin. In dat boek analyseert Snyder hoe het samenspel van de imperiale projecten van Hitler en Stalin vanaf het einde van de jaren 1920 een ongekende bloedtol eiste in het gebied tussen de Baltische en de Zwarte Zee. 

Van alle landen in deze uitgestrekte regio was Oekraïne misschien wel hét bloedland bij uitstek gezien zijn centrale plek in de stalinistische en nationaalsocialistische ambities. Stalins politiek van collectivisering van de landbouw en grootschalige – en versnelde – industrialisering veroorzaakten in 1932-1933 een hongersnood (de ‘Holodomor’). Deze hongersnood eiste  3 miljoen slachtoffers en wordt vandaag in Oekraïne officieel als een genocide betiteld. 

In Hitlers streven naar een autarkisch Groot-Germaans rijk speelde de vruchtbare ‘Zwarte aarde’ van Oekraïne een centrale rol. Hitlers Vernichtungskrieg had er dan ook een ongekend dodelijke impact. De Slavische bevolking moest gedecimeerd worden om plaats te maken voor Germaanse boerenkolonisten. En aangezien het gros van de Sovjetjoden in Oekraïne woonde, vormde het gebied meteen ook het brandpunt van de jodenuitroeiing. De bijzondere positie die het gebied in de plannen van Hitler innam, wordt benadrukt door de creatie van een Reichskommissariat Ukraine. Dat moest de komst van de Duitse kolonisatoren na de oorlog voorbereiden (het zogenaamde Generalplan Ost).

Maar zelfs het einde van de Tweede Wereldoorlog vormde geen rustpunt voor de regio. Zo werden de Krim-Tataren in 1944 collectief naar Oezbekistan gedeporteerd omdat Stalin hen er in zijn paranoia van verdacht te hebben gecollaboreerd met de Nazi’s. Maar ook de andere bewoners van het gebied werden onderworpen aan een nieuwe golf van stalinistische repressies: iedereen die contact had gehad met de bezetter werd als potentieel verdacht gezien en mogelijks vervolgd.

//

Niet enkel vandaag en tijdens de Tweede Wereldoorlog was Oekraïne wegens zijn geopolitiek belang het lot van een ‘bloedland’ beschoren. Ook al eerder in de twintigste eeuw was er sprake van intens politiek geweld. 

Tijdens de Eerste Wereldoorlog vochten Oekraïners in het Russische en Oostenrijks-Hongaarse leger (het westen van het huidige Oekraïne behoorde immers tot de dubbelmonarchie). De frontlijn bewoog meermaals over het land en liet een spoor van vernieling achter. 

Als onderdeel van het proces van de desintegratie van het Russische en Habsburgse rijk, kwam het in het huidige Oekraïne tot een slepende factiestrijd in de laatste dagen van de Eerste Wereldoorlog. Communisten, “Witten” (pro-Russische monarchisten) en Oekraïense nationalisten namen het tegen elkaar op en ook Poolse en Franse troepen intervenieerden. Joodse inwoners werden in deze conflicten het mikpunt van grootschalige pogroms. 

Nog voor de ondertekening van de Vrede van Brest-Litovsk in 1918 (waarbij de vijandigheden tussen Duitsland en Rusland werden beëindigd, nog lang voor het einde van Wereldoorlog I op 11 november 1918) was in Sint-Petersburg de Oktoberrevolutie uitgebroken die de kaart en de geschiedenis van Europa drastisch zou vertekenen. In december 1917 werd de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek opgericht, al was dat in eerste instantie relatief symbolisch. De Bolsjewieken steunden deze vroege Sovjetrepubliek, maar onsuccesvol: Duitsland bood steun aan de oppositie (maar de facto nam het algauw Oekraïne over). In oostelijk Galicië (tot dan deel van Oostenrijk-Hongarije)  kwam er een onafhankelijke West-Oekraïense staat, maar het gebied werd ook geclaimd door Polen. Na het einde van Wereldoorlog I, meer bepaald tussen 1918 en 1920, was het gebied namelijk voornamelijk in handen van de ‘Witte’ troepen die tijdens de bloedige Russische burgeroorlog de kant van de conservatieve monarchisten kozen, tegen het ‘Rode’ leger van de bolsjewieken. Ook manifesteerden zich nog Oekraïense nationalisten, boeren-anarchisten en sociaal-revolutionairen. Ook in die periode (1919) vonden in en rond Kyiv / Kiev een reeks anti-joodse pogroms plaats.

Pas na de Pools-Bolsjewistische oorlog in 1921 kwam er relatieve rust: Oost-Galicië ging naar Polen, en de rest van Oekraïne ging op in de Onafhankelijke Socialistische Sovjetrepubliek Oekraïne.

  • Dornik, Wolfram. Emergence of Ukraine : Self-determination, Occupation, and War In Ukraine, 1917–1922. Canadian Institute of Ukrainian Studies Press, 2015.
    Drie experten - Georgy Kasyanov (Oekraïne), Wolfram Dornik (Oostenrijk) en Peter Lieb (Duitsland) - brengen een schare andere specialisten bij elkaar om hun licht te laten schijnen op de vorming van de onafhankelijke Oekraïense in de nasleep van Wereldoorlog I. Deze bundel is in het Duits, Engels en Oekraïens te raadplegen.
  • Yekelchyk, Serhy. Stalin's Empire of Memory : Russian-ukrainian Relations In the Soviet Historical Imagination. Toronto: University of Toronto press, 2004.
    Serhy Yekelchyk biedt een boeiende analyse van hoe het verleden werd herinnerd onder Stalin, en dan in het bijzonder met betrekking tot Oekraïne. Yekelchyk toont aan dat de Sovjet-Unie probeerde om de geschiedkundige verbeelding van haar niet-Russische delen te controleren en te vervangen door een dominante blik waarin Ruslands glorieuze verleden centraal stond, maar daar nooit echt in slaagde.
  • Pantti, Mervi. Media and the Ukraine Crisis : Hybrid Media Practices and Narratives of Conflict. New York (N.Y.): Lang, 2016
    Deze verzameling papers biedt een boeiend overzicht van en inzicht in de diverse manieren waarop nieuwe informatietechnologie en “hybrid media” moderne oorlogsvoering veranderd hebben.
  • Graziosi, Andrea, Lubomyr A Hajda, and Halyna Hryn. After the Holodomor : the Enduring Impact of the Great Famine On Ukraine. Cambridge (Mass.): Harvard Ukrainian research institute, 2013.
    Stalin’s landbouwbeleid in Oekraïne leidde in de jaren ‘30 tot een enorme hongersnood. Hierbij lieten miljoenen mensen het leven. De ‘Holodomor’ bleef lange tijd ongekend en onbelicht. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en het toegankelijk worden van diverse archieven is de precieze omvang van deze tragedie pas echt duidelijk geworden. In deze bundel werpt het wereldvermaarde Ukrainian Research Institute van de Universiteit van Harvard licht op een hele rij aspecten - de Holodomor zelf, de gevolgen voor WOII en de jaren erna, en de herinnering aan de tragedie in hedendaags Oekraïne.
  • Pabriks, Artis, and Andis Kudors. The War In Ukraine : Lessons for Europe. Rīga: The Centre for East European Policy Studies , 2015.
    Huidig minister van Defensie van Letland en voormalig Europees parlementslid Artis Pabriks redigeerde deze collectie papers over een reeks pertinente vragen voor Europa: hoe effectief zijn de Europese sancties tegen Rusland?; hoe gaat Europa best om met Ruslands “new world order”? Deze bundel kwam al in 2015 uit, kort na het Krimdebacle.
  • Velychenko, Stephen. Propaganda In Revolutionary Ukraine : Leaflets, Pamphlets, and Cartoons, 1917-1922. Toronto, Ontario, Canada: University of Toronto Press, 2019.
    Tussen de revolutie van 1917 en het ontstaan van de USSR in 1922 in was Oekraïne (relatief) onafhankelijk - weliswaar in verschillende gedaantes - met een eigen informatie- en propagandabeleid. Dit boekwerk bevat meer dan 300 reproducties van propagandadocumenten en biedt een interessant inzicht in deze tumultueuze periode.
  • Applebaum, Anne. Red Famine : Stalin's War On Ukraine. New York (N.Y.): Doubleday, 2017.
    De dodelijke hongersnood tijdens de jaren 1930 was niet zomaar de ongewilde uitkomst van Stalins collectivisering van de landbouw, maar werd volgens de Pools-Amerikaanse historica en journaliste Applebaum bewust in de hand gewerkt om de Oekraïense boerenbevolking te vernietigen.
  • Snyder, Timothy, Patty Adelaar, and Ton Heuvelmans. Bloedlanden : Europa Tussen Hitler En Stalin. Amsterdam: Ambo, 2011.
    Hét moderne standaardwerk over de bloedige bladzijden in de geschiedenis van Oekraïne - en in bredere zin Midden-Europa - in de 20ste eeuw. De ondertitel is niet toevallig “Tussen Hitler en Stalin”.
  • Mazower, Mark. Hitler's Empire : Nazi Rule In Occupied Europe. London: Allen Lane, 2008.
    Volgens Mazower was het imperium van Hitler in Europa gebouwd op één grote illusie. Met in het oosten van zijn rijk vooral plannen voor ontvolking, ten voordele van nog aan te leggen autowegen…
  • Littell, Jonathan. Les Bienveillantes : Roman. Paris: Gallimard, 2006.
    Spraakmakende roman geschreven vanuit het perspectief van een SS-officier over zijn rol in de uitroeiing van de Joden in Oost-Europa, bijvoorbeeld over het bloedbad bij Babi Jar bij Kiev.
  • Masha Gessen. The future is history : how totalitarianism reclaimed Russia. New York (N.Y.) : Riverhead books, 2017.
    Dit is niet direct een boek over Oekraïne maar het belicht, weliswaar vanuit het Russische standpunt, hoe Oekraïne ook in de 21ste eeuw nog maar eens een “bloedland” is kunnen worden.
  • Snyder, Timothy. Black Earth : the Holocaust As History and Warning. First edition. New York: Crown, Tim Duggan Books, 2015.
    De zwarte aarde verwijst naar Oekraïne, één van de zwaartepunten van de Judeocide. Het boek uit 2015 houdt ook een waarschuwing in tegen Poetin: diens annexatie van de Krim en ontkenning van het bestaan van een Oekraïense natie is voor Snyder gestoeld op denkbeelden die verwant zijn aan die van Hitler.
  • Snyder, Timothy. The Reconstruction of Nations : Poland, Ukraine, Lithuania, Belarus, 1569-1999. New Haven (Conn.): Yale university press, 2003.
    Snyder schetst het ontstaan van vier naties over vier eeuwen heen. Een boeiend verhaal van nationalisme en natievorming, dat niet zonder bloedvergieten verlopen is.
  • Liber, George O. Total Wars and the Making of Modern Ukraine, 1914-1954. Toronto: University of Toronto press, 2016.
    15 miljoen - zo groot was de “oversterfte” in Oekraïne tussen 1914 en 1954. 15 miljoen. Dit was het resultaat van twee wereldoorlogen, een revolutie annex burgeroorlog, en de terreur van Stalin.

28/04-18/05/2022 Grensland / Cultuurland

Onder de noemer 'Grensland - Cultuurland' wordt literatuur (en cultuur) uit, over en van Oekraïne belicht.

/

Een onuitputtelijke bron van inspiratie. De thuishaven van menig groots schrijver en kunstenaar. Regio met steden die tot de verbeelding spreken, zoals Kiëv en het kosmopolitische Odes(s)a. Een opzichzelfstaande cultuur, weliswaar in wisselwerking met, in de schaduw van en / of in oppositie tegen de grote buren, Rusland en het Habsburgse Rijk. 

‘Klein-Rusland’, zo werd Oekraïne genoemd toen het nog een deel van het Russische Keizerrijk was. Dat ‘klein’ hield geen minachting voor het Oekraïense volk in: het is een louter geografische benaming, overgenomen van de Byzantijnen. Wel werd er met enige (weliswaar toch imperiale) sympathie naar Oekraïne gekeken, alsof het een ietwat exotische regio was. Exotisch of niet, Oekraïne werd vooral aanzien als een regio met een eigen identiteit en taal, maar als onderdeel van het grotere Russische geheel.

Het wat exotische karakter van Oekraïne was een van de (vele) redenen waarom aan het begin van de 19e eeuw de werken van de ‘Klein-Russische’ schrijver Mikola (Oekraïens) / Nikolaj (Russisch) Gogol’ zo populair waren. Hij liet zich inspireren door de lokale bevolking, tradities en geschiedenis voor zijn verhalenbundel Avonden op een dorp nabij Dikanka 1831-1832) en de novelle Taras Boelba (1935). Met zijn Oekraïense werken boekte Gogol’ zoveel succes dat hij nog tijdens zijn leven het etiket ‘Russisch schrijver’ kreeg opgekleefd. 

Andere schrijvers en intellectuelen voelden er niets voor om als ‘Russisch’ te worden beschouwd, zeker wanneer tsaar Nikolaj I (1825-1855) een steeds sterkere politiek van russificatie ging voeren in de niet-Russische gebieden van het Keizerrijk. Deze schrijvers en intellectuelen werden vervolgd voor hun ideeën. Een van hen was Taras Sjevtsjenko, een generatiegenoot van Gogol’, maar bovenal op-en-top Oekraïens kunstenaar en dichter. De auteur van de dichtbundel Kobzar (1840) wordt gezien als de ‘schepper’ van de Oekraïense standaardtaal, en zijn poëzie het begin van een aparte, Oekraïense literaire traditie.

//

De ontwikkeling van een eigen literatuur en cultuur liep niet altijd even vlot in Oekraïne, onder meer door de culturele dominantie van de “grote broer” Rusland. Zowel in tsaristisch Rusland als later in de Sovjet-Unie bleef de Russische cultuur in Oekraïne sterk staan, niet het minst door de talrijke aanwezigheid van etnische Russen in het gebied.

Andere culturele invloed kwam van (West-)Europa. Na de inval van de Mongolen gingen grote delen van het ooit machtige Kiëv-Roes bij het Pools-Litouwse Gemenebest horen. In een latere fase drukte ook het Habsburgse Rijk - sinds 1772 bezitter van een groot deel van het huidige Oekraïne - een heuse stempel gedrukt op Oekraïne. Binnen de Habsburgse context was er ook veel ruimte voor de Oekraïense eigenheid. Zo kreeg Galicië de toestemming om onderwijs in het Oekraïens te organiseren.

Na de Oktoberrevolutie van 1917 werd Oekraïne een van de 15 deelrepublieken van de Sovjet-Unie. Dat bood mogelijkheden voor de ontwikkeling van een eigen cultuurpolitiek, maar toch steeds in relatie tot de veel grotere, dominante (of zelfs steeds meer dominante) en overkoepelende Russische cultuur.

Sinds de val van de Sovjet-Unie en het wegvallen van de Russische dominantie kwamen er meer spanningen, maar de Oekraïense cultuur was in de post-Sovjetjaren eerder inclusief. Een goed voorbeeld is het voormalig humorcollectief van huidig Oekraïens president Zelensky, Wijk 95: in de sketches werden Russisch en Oekraïens vlotjes naast en door elkaar gebruikt. 

Een breekpunt in de culturele relaties tussen de beiden naties is 2014, het jaar waarin de Krim door Rusland bezet en geannexeerd werd, en er een heuse “soft power” cultuuroorlog uitbrak, als prelude op de “hard power” confrontatie van vandaag.

  • Maksymčuk, Oksana, Max Rosochinsky, and Il'ja Kaminskij. Words for War : New Poems From Ukraine. Boston (Mass.): Academic studies press, 2017.
    Sinds de start van het gewapende conflict in Oost-Oekraïne ontwikkelde zich een nieuwe trend in de Oekraïense poëzie: oorlogspoëzie. Hier vind je een collectie gedichten met het hele spectrum van wat een oorlog met zich meebrengt, van trauma tot heroïek.
  • Škandrij, Myroslav. Avant-garde Art In Ukraine, 1910-1930 : Contested Memory. Boston (Mass.): Academic studies press, 2019.
    Wanneer je Avant-Garde zegt, denk je misschien vooral aan de Russische Avant-Garde. Nochtans zijn vele grote namen uit de Avant-Garde Oekraïners of uit Oekraïne afkomstig. Deze studie focust specifiek op de Oekraïense kant van de Avant-Garde.
  • Hinrichs, Jan Paul. De Mythe Van Odessa. Amsterdam: Lubberhuizen, 2011.
    In de geschiedenis van Oekraïne is Odessa altijd al een kosmopolitisch buitenbeentje en een smeltkroes van culturen geweest. Hinrichs vertelt aan de hand van de ervaringen van 7 auteurs over de symbolische betekenis van de havenstad voor de 20ste eeuw.
  • Gogol', Nikolaj Vasil'evič, and Marko Fondse. Taras Boeljba. Amsterdam: Veen, n.d.
    De historische novelle Taras Boelba vertelt het levensverhaal van Zaporozje-kozak Taras Boelba en zijn twee zonen, Ostap en Andriy. Samen trekken ze ten strijde tegen de katholieke Polen, die heer en meester zijn over Oekraïne ten westen van de Dnjepr. De novelle stelt de heldenmoed en het doorzettingsvermogen van de Oekraïense kozakken centraal, maar schildert joden, Polen en Osmanen negatief af.
  • Bojanowska, Edyta M. Nikolai Gogol : Between Ukrainian and Russian Nationalism. Cambridge, Mass.: Harvard University Press, 2007.
    Mikola / Nikolaj Gogol was een etnische Oekraïner, maar werd bekend als Russisch schrijver. Zijn etnische achtergrond en de verhoudingen tussen Oekraïne en Rusland had een grote invloed op zijn werk. Precies die wisselwerking staat centraal in Bojanowska’s onderzoek.
  • Ladygina, Yuliya V. Bridging East and West : Ol'ha Kobylians'ka, Ukraine's Pioneering Modernist. Toronto: University of Toronto Press, 2019.
    Feminisme, populisme, nationalisme, Nietzsche, transculturalisme, Avant-Garde. Op het eerste gezicht een vreemde combinatie, maar de Oekraïense Ol’ha Kobyljans’ka heeft het allemaal.
  • Conrad. Heart of Darkness. HarperCollins Publishers, 2010.
    Internationaler dan dit krijg je het niet: een Pool uit Oekraïne verhuist naar Engeland, schrijft er een klassieker over Congo die later door een Amerikaan wordt verfilmd in Vietnam.
    The horror!
    The horror!
  • Palko, Olena. Making Ukraine Soviet : Literature and Cultural Politics Under Lenin and Stalin. London: Bloomsbury, 2021.
    De meeste studies die focussen op Sovjetcultuur gaan uit van imitatie als belangrijkste principe: de periferie imiteerde het centrum, Moskou. Olena Palko stelt dit principe in vraag voor Oekraïne. Zij geeft aan dat het uiteindelijke resultaat - een gesovjetiseerde Oekraïense cultuur - eigenlijk een mix is van zowel bottomup (lokale) als top-down (gestuurd vanuit Moskou) initiatieven. Een frisse blik op een complexe materie.
  • Babel', Isaak Emmanuilovič, et al. Contes D'odessa. Paris: Gallimard, 2003.
    De joods-Russische schrijver Isaak Babel’ geeft een bijzondere blik op de kosmopolitische stad Odessa / Odesa rond de eeuwwisseling, en dan vooral het kleurrijke misdaadmilieu. Taalvirtuositeit en menselijke gruwel komen hier samen.
  • Wist-je-datje: deze twee monumenten van de Russische 20-ste eeuwse literatuur zaten samen op school in… Kiev. En ontmoetten elkaar vele jaren later, berooid, terug in Moskou.
    • Bulgakov, Michail Afanas'evič, Aai Prins, and Marko Fondse. Verzamelde Werken / M. A. Boelgakov. Amsterdam: Van Oorschot, 1994.
      De handeling van de ‘Witte Garde’ speelt zich in Oekraïne af tijdens de burgeroorlog (1918) en is grotendeels gebaseerd op Boelgakovs eigen ervaringen.
    • Paustovskij, Konstantin Georgievič, and Wim Hartog. Verre Jaren : Herinneringen Uit Het Tsaristische Rusland. Amsterdam: Arbeiderspers, 1983.
      Meester-verteller Paustovski schetst in het  eerste deel van zijn autobiografie een heel persoonlijk beeld van Oekraïne net voor WO I en de revolutie.
  • Néret, Gilles, Nicolet Breukelaar, and Kazimir Severinovič Malevič. Kazimir Malevich En Het Suprematisme 1878-1935. Köln: Taschen, 2007.
    Malevitsj wordt misschien niet direct als een  Oekraïner beschouwd, maar als zoon van Poolse ouders, geboren in Kiëv, werd hij wel sterk geïnspireerd door het land. Zijn eerste schilderlessen kreeg hij dan ook in zijn geboortestad Kiëv en het  Oekraïense landschap dat hij als kind leerde kennen, bleef een bron van inspiratie in heel wat van zijn werken.
  • Chersonskij, Boris Grigor'evič, and Thomas Langerak. Familiearchief. Amsterdam: Pegasus, 2014.
    Familiearchief is een roman in gedichten van de joods-Russische schrijver Boris Chersonski uit Odessa. De roman vertelt de geschiedenis van een Joods-Russische familie in Oekraïne en Moldavië tijdens de 20e eeuw. Vertaald door het vertaalcollectief van UGent-emeritus Thomas Langerak.

(c)

Ben Dhooge

Piet Van Poucke

Antoon Vrints

Locatie

Inkomhal Rozier 44, 9000 Gent. Ma-vrij 8u-22u.